Ja, maar

Ja, maar

'Ja-maar dat werkt toch niet' ... med-jamaar
'Ja-maar het computer netwerk ligt weer plat'... 
'Ja-maar dat staat niet in mijn takenpakket' ... 
'Ja-maar daar is toch geen geld voor'…

Beren op de weg

Ja-maar, ja-maar en nog eens ja-maar. Als u één Euro had gekregen voor elke keer dat u 'ja-maar' hoorde, hoefde u niet meer te werken. Het lijkt wel of elk voorstel, elk idee standaard wordt begroet met een korte ademhaling en dan een verzuchtend 'ja, maar …'

Schijn-commitment

Waarom is ja-maar-gedrag zo irritant? Niet alleen vanwege het cynische karakter en het verlammende effect. 'Ja-maar' creëert de illusie dat ongrijpbare randvoorwaarden (geld, tijd, collega's, etc.) een volmondig 'ja' of 'nee' in de weg staan. Zo van: 'Ik wil eigenlijk wel, maar ....'.

Van 'ja zeggen' naar 'ja doen'

En daar ligt precies de sleutel om ja-maar definitief te verbannen uit de Kopwerk-organisatie! Hoe slagen we er in een cultuur van afwentelen en afschuiven ombuigt naar een cultuur van besluiten en doen?